Veel golfers hebben wel eens gehoord van de yips. Bij navraag blijkt zelfs 30% van de ervaren golfers wel eens last te hebben gehad van de yips. Maar wat zijn de yips nu eigenlijk en wat kun je eraan doen?

De yips worden vaak beschreven als een onderbreking van de puttbeweging door een schok, een trilling of een verkramping. Er is sprake van een onvrijwillige spiersamentrekking die resulteert in een ongewenste beweging. Meestal vindt dit plaats in de hand of de onderarm bij een beweging die vraagt om fijne motoriek, zoals het chippen of het putten. Vaak gaat het samen met een verhoogde hartslag en harder knijpen in de grip. Dit fenomeen is niet voorbehouden aan golfers, vergelijkbare problemen doen zich voor bij andere sporten zoals bijvoorbeeld darten, maar ook bij schrijvers en muzikanten.

Er zijn diverse onderzoeken gedaan naar de yips bij golfers. Sommige zijn gericht op het verklaren ervan, andere op het bestrijden. In het verklaren van de yips is er een onderscheid gevonden tussen twee varianten van de yips:

Yips type I
De golfers met de eerste variant leggen in hun beschrijving de meeste nadruk op de onvrijwillige samentrekking van de spieren in de onderarm en in de hand. Deze vorm doet zich voor na een lange periode waarin een specifieke beweging vele malen is herhaald en komt vaker voor bij oudere golfers. Type I yips gaan samen met verminderd functioneren van bewegingsaansturing vanuit de hersenen. De yips doen zich regelmatig voor ongeacht de mate van druk waaronder de putt moet worden gemaakt.

Yips type II
De golfers met de tweede variant leggen in hun beschrijving de meeste nadruk op de verhoogde spanning, faalangst en een grotere bewustheid van het uitvoeren van de putt. De yips doen zich vaker voor wanneer ze aan de leiding gaan in een wedstrijd, bij korte putts die ze zouden moeten maken en bij snelle downhill putts. De prestatie is vaak duidelijk beter in situaties waarin de ervaren druk laag is.

De twee typen van de yips lijken een andere oorzaak te hebben. De type I yips hebben een grotere neurologische component en de oplossing is daardoor ook lastiger. Vaak beweegt deze vorm golfers ertoe om hun puttingstijl te veranderen, bijvoorbeeld door een andere grip te trainen of een lange putter te gaan gebruiken.
De type II yips heeft een grotere psychologische component. Golfers die last hebben van deze variant reageren waarschijnlijk beter op een aanpak die gericht is op het omgaan met de angst en spanning die gepaard gaan met het ervaren van een hoge druk.

Een methode die in ieder geval voor een klein aantal golfers met de yips heeft geleid tot een aanmerkelijke verbetering is een oplossingsgerichte verbeeldingsmethode. Over deze aanpak en de resultaten die daarmee zijn bereikt vertel ik in een volgend artikel meer.



Stinear, C.M., Coxon, J.P., Fleming, M.K., Lim, V.K., Prapavessis, H. & Byblow, W.D. (2006). The Yips in Golf: Multimodal Evidence for Two Subtypes. Medicine and Science in Sports and Exercise, 38(11), 1980-1989.